zondag 8 maart 2009

Vervolg van het vervolg zonder vervolg

Dag 14, 9 februari

Opnieuw 35°! Pff… We slenterden door de stad langs de kathedraal en door de Botanic Garden en volgden de weg van de historische toeristentram. Onderweg zijn we eventjes gestopt om een terrasje te doen in een Belgisch biercafé. Omdat het nog vroeg op de dag was (rond11u) hield Gaëtan het bij een Stella en koos ik voor een verfrissende frisdrank. Nu we ook deze stad van een beetje dichterbij bekeken hadden, was het weer tijd voor iets anders. We reden een heel stuk verder naar Akaroa, een stadje aan de zee. Gelukkig was het daar wat frisser! We maakten een wandeling naar (alweer:p) een vuurtoren.

Akoroa is ooit gesticht door een groepje Franse kolonisten. Dit was nog merkbaar in het straatbeeld: verschillende huizen en straten hadden Franse namen. In de zee rond Akaroa zwemmen ook Hectordolfijnen (naar het schijnt de enige plek in NZ – is ook een zeldzamere dolfijnsoort). Maar om ze te zien en erbij te zwemmen, moest je de boot nemen en daarvoor waren we te laat… (was trouwens ook niet zo goedkoop, maar ja, wat wil je, zo een unieke activiteit…)

Van Akaroa dan terug naar Chritchurch (kon niet anders want er loopt maar één weg naartoe) waar we een lekker hapje gingen. Nu nog eventjes verder rijden en een slaapplaats zoeken. Die eventjes werd echter gauw 22.30u wegens nergens iets te vinden. Gelukkig zagen we dan toch een toegestane parking langs de weg. Er stond nog een auto dus reden we er niet te dichtbij om hen niet wakker te maken. ’s Morgens was de verbazing echter groot toen dit een ‘verdacht’ voertuig bleek te zijn (niemand te zien, ruiten uit,…). Tijdens ons ontbijt kwam er iemand het voertuig inspecteren, uitgerust met handschoenen en alles… Waar waren we nu weer beland… Gauw weer verder toch!

Dag 15, 10 februari

Vandaag stond Arthur’s Pass op het programma: een kronkelende bergweg door onder andere Arthur’s National Park. De uitzichten alleen al waren adembenemend. Hier en daar stoppen als je daar zin in hebt, meer moet dat toch niet zijn! Gelukkig was het helder genoeg zodat we ver konden zien. Via Brunner Lake, waar we even stopten voor een wandeling (alweer met een hangbrug), kwamen we voor de verandering in Greymouth. Daar kenden we onze weg al een beetje dus was het ook gauw geklonken om naar de supermarkt te gaan, water bij te vullen en het vuile te dumpen.


Greymouth, grote stad dus…. inderdaad geen toestemming om te slapen (ook al sliepen we hier de eerste keer dat we hier waren wel, nu riskeerden we het ons liever niet meer). We reden verder maar een plekje vinden was alweer geen evidentie. Vele kilometers later zag Gaëtan plots een bord “Slab Hutt Creek – camping” (jammer, geen goud gevonden). Een donkergroen bord valt echt niet goed op als de avond al gevallen is! Plaatsen waar je niet mag overnachten duiden ze van ver met pijlen en alles aan…. Swat, via een grinten wegje door het bos, kwamen we op een mooie campingplek waar een beekje langsliep (idyllisch plekje toch). Het was één van de campings verzorgd door de overheid. Dit houdt in dat je je moet inschrijven en 5 NZD/persoon moet betalen. Dit stop je dan samen in een bus en het bewijsstuk leg je voor je raam. Dit hadden we nog niet gehad ;-) Later op de avond kwam er nog een auto toe (er hadden dus toch nog mensen dat bord gevonden!).

We genoten van ons avondmaal, speelden wat met de frisbee en maakten kennis met de buren. Het waren Amerikanen die ook op rondreis door het zuid-eiland waren. We babbelden nog een hele tijd verder aan het vuurtje dat zij gemaakt hadden om eten op te maken. Best gezellig! Ook de Weka’s kwamen even op bezoek (een NZ vogel die vooral op de grond leeft, hij kan misschien niet eens vliegen al weet ik dat niet heel zeker). Ongelooflijk hoe dicht die bij ons kwamen!

We zaten daar met 4 rond dat vuur (het was ondertussen al pikdonker) toen daar plots een man voorbij liep met een hond. Toch even verschieten als je weet hoe ver die plaats van de weg lag én dat geen van ons een auto gehoord/gezien had.

Dag 16, 11 februari

Je slaapt dan eens op een rustige, afgelegen plek, weg van het lawaai van het verkeer, komen ze net die morgen toch het gras niet maaien met een bosmaaier?! Tjonge jonge toch! Bon, niets aan te doen zeker ;-) Na ons ontbijt ging de tocht verder naar Hanmer Springs, via Lewis Pass. Ook een bergpas maar niets in vergelijking met Arthur’s Pass natuurlijk ;-) In Hanmer Springs was een bronnencomplex met verschillende baden met een temperatuur tussen 29° en 41°C. Omdat het maar bedenkelijk weer was en dit bronnencomplex buiten is, twijfelden we even. Gelukkig besloten we toch om het er op te wagen. Best grappig toch: bij miezerig weer in je zwemkledij buiten lopen! Maar het deed zo’n deugd! Sommige waren echt wel hot en daar kon je dan beter niet te lang blijven in zitten! We hebben er toch een paar uurtjes genoten…

Nadien besloten we iets te gaan eten. Ik koos voor ribbetjes… Ik vraag me af van welk dier die ribbetjes waren… het waren eerder ribBEN. Van een olifant misschien… :p

Gewoon nog “efkes” verder rijden tot de volgende parking… Het was ondertussen alweer pikdonker want de parkings dat we tegen kwamen waren allemaal ‘no camping’. Uiteindelijk (rond 21.30u) hebben we er toch nog eentje gevonden waar we wel mochten staan. Man man man, ik denk dat dit de belangrijkste baan tussen twee grote (industrie)steden moet geweest zijn want de HEEEEEEEELE nacht reden er 10-tonners voorbij. En we kunnen u verzekeren, zo’n vrachtwagen die de berg niet op geraakt maakt serieus veel lawaai! Strange toch, want op onze nachtelijke zoektocht naar een slaapplaats zijn we amper een auto tegengekomen….

Dag 17, 12 februari

Niet zo goed geslapen en een regenachtige dag… als dat maar goed kwam… We reden naar Kaikoura, een dorpje dat gekend staat om zijn boottochten vanwaar je dolfijnen, walvissen, orka’s, zeehonden, albatrossen,… kan zien. Dit stond zeker op ons to do-lijstje voor we vertrokken. Het weer kan daar helaas een stokje voor steken…

Tussen de vlagen door, maakten we wel een wandeling tussen de zeehonden. Hoe grappig dat die daar zaten! Je kon er gewoon naast gaan staan en die lieten zich mooi fotograferen :p

In de hoop dat het in Blenheim, een dorpje verderop beter weer zou zijn, reden we naar daar, maar helaas… Ook daar alleen maar regen. We verkenden de stad per auto en reden nog een beetje verder. We zochten onze laatste slaapplaats. Of we er mochten staan, weten we niet echt maar omdat het er vol campervans stond, waagden we het er op. Strikt genomen stond er een bord met een tent op en daar een streep door, dus ja, aangezien wij niet in een tent sliepen mochten wij daar wel overnachten he :-)

Dag 18, 13 februari (vrijdag de 13e)

Alweer regen, regen en nog eens regen…

Rond de middag waren we alweer in Picton waar we de ferry van 18u geboekt hadden. Nu begrijp ik waarom je variabele tickets kan kopen. Door in het begin 40NZD per ticket meer te betalen, kan je met om het even welke ferry terug komen. Dit leek ons niet nodig dus namen we een vast ticket om 18u op 13/2 dus ja, dan zat er niets anders op dan te wachten he… Om ver te wandelen was het echt geen weer en in het dorpje hadden we al heel wat heen en weer gewandeld. We losten wat sudoku’s op maar ook dat steekt stilletjes aan tegen (mij toch). Ik wou nog wel eens naar buiten maar Gaëtan bleef liever in de campervan zitten. Ideaal eigenlijk, nu had ik tijd zat om in Picton een verjaardagscadeau te zoeken.

Ik vond iets naar mijn zin in de ‘fair traid’, de wereldwinkel van hier. Toen ik vroeg om het in te pakken, kreeg ik de schaar, de plakband en de rol papier. Ik mocht (moest) het zelf doen J Het oudere vrouwtje vond dat ik dat goed deed en ik mocht bij haar komen werken als inpakster. Als het niet in Picton geweest was, ik had ze op haar woord genomen J Verder vond ze het grappig toen ik vertelde dat Gaëtan in de auto zat en het nog niet mocht zien want dat hij pas morgen jarig was. Oooooh on Valentines day… Ik moest maar zeggen dat het een groot pak spaghetti was :p (hoewel het Mancala was, een Afrikaans gezelschapsspel dat Gaëtan al eens nagespeeld heeft met steentjes en bordjes uit de keukenkast :p) Opdracht geslaagd dus… terug naar de campervan.

Eindelijk was het tijd om in te checken. Maar dan kregen we te horen dat de ferry vertraging had. Het halfuurtje was al gauw een uur. Dat beloofde niets goed. En inderdaad, eens de sounds uit, was de zee verschrikkelijk ruw. Het eerste kwartier was het leuk: op en neer met de golven. Tot we beiden zo zeeziek waren als maar kon! Wat waren we blij dat we eindelijk de lichtjes van de haven zagen! Toen we toekwamen, stond onze taxi al te wachten. Gelukkig kan tante Christine van thuis zien wanneer de ferry de haven binnenvaart. Zo hoefde ze niet te lang te wachten want met al onze vertragingen…

Hoewel ons zuid-eilandavontuur een beetje in mineur eindigde was het toch een fantastische ervaring!

Wordt niet meer vervolgd…

Onze totale route op kaart:

route

Geen opmerkingen:

Een reactie posten